Wet en regelgeving

Voor de beroepsuitoefening van vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten zijn met name de volgende wetten en regels van groot belang:

De Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG)

De Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG: inclusief Besluit Psychotherapeut). Het beroep GZ-psycholoog, psychotherapeut en klinisch psycholoog is een wettelijk geregeld beroep. Alleen zij die ingeschreven zijn in het BIG Register mogen de beroepstitel voeren. Er zijn eisen geformuleerd voor herregistratie in het BIG Register. Er geldt een publiekrechtelijk tuchtrecht. Op deze wijze worden waarborgen geboden voor de kwaliteit van de beroepsuitoefening.

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO)

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de juridische relatie tussen cliënt en hulpverlener. De WGBO regelt onder meer het recht van de cliënt op informatie, op geheimhouding van zijn gegevens en inzage in het eigen dossier. Daarnaast is er een aantal plichten omschreven, zoals de plicht van de hulpverlener tot een deugdelijke verslaglegging. Dit alles moet een bijdrage leveren aan een goede kwaliteit van zorg. Op de website van de Nederlandse Patiënten Federatie kunt u hier meer over lezen.

De Jeugdwet

De Jeugdwet vervangt de Wet op de jeugdzorg, die tot 2015 geldig was, en de verschillende andere onderdelen van de jeugdzorg die onder de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vielen. Ook de jeugdbescherming en jeugdreclassering maken onderdeel uit van de wet. [lees meer]. Praktijk de Helper biedt jeugdzorg (in de vorm van Ondersteuningsbehoefte, basis GGZ en Gespecialiseerde GGZ) aan kinderen en jeugdigen onder contract met verschillende gemeenten. Ontwikkelingen binnen de samenwerkingsrelatie met de gemeente en gecontracteerde zorg wordt door gemeenten gecommuniceerd via Negometrix en nieuwbrieven van Samen 14. De Praktijkhouder volgt deze ontwikkelingen en communiceert deze met de medewerkers indien van toepassing.

Gemeenten hebben een jeugdhulpplicht. In de Jeugdwet staat dat de gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Indien dat nodig is treft de gemeente een individuele voorziening, die vaak betrekking zal hebben op meer gespecialiseerde zorg. Het is aan de gemeente om te bepalen welke hulp vrij toegankelijk is en welke hulp een individuele voorziening is. Als een gemeente heeft besloten dat een kind of zijn ouders een individuele voorziening nodig hebben, dan kunnen zij hier rechten aan ontlenen.

De Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

De Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Sinds 2013 is iedere professional die binnen de gezondheidszorg werkt met kinderen, wettelijk verplicht om te handelen volgens de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De overheid heeft een Basismodel Meldcode ontwikkeld als vertrekpunt voor handelen binnen de praktijkvoering.

Bij een vermoeden van kindermishandeling is het meldrecht vastgelegd in de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit meldrecht biedt iedere beroepskracht met een beroepsgeheim of een andere zwijgplicht het recht om bij signalen of het vermoeden van kindermishandeling te melden bij Veilig Thuis. Ook als de cliënt, de ouder(s) of het kind daar geen toestemming voor geeft. Daarnaast biedt het meldrecht beroepskrachten de mogelijkheid om informatie over het kind of zijn systeem te verstrekken als Veilig Thuis daar bij een onderzoek naar vraagt.

Het meldrecht heeft betrekking op huiselijk geweld of kindermishandeling. In andere gevallen of met betrekking tot volwassenen geldt het 'conflict van plichten', de zorgplicht versus de zwijgplicht. Hierbij is het afwegen van belangen een zaak van de professional, maar schrijft de meldcode voor hoe in deze gevallen moet worden gehandeld. De professional dient in zijn of haar afweging voldoende te onderbouwen waarom in een situatie wel of niet is gemeld.

Wanneer u als volwassene bij ons in behandeling bent en uw situatie aanleiding geeft tot zorg over uw kinderen, is de Meldcode van kracht. In de meldcode is de kindcheck opgenomen welke valt onder stap 1 van de Meldcode.

Binnen de Helper wordt gehandeld volgens het Basismodel Meldcode Kindermishandeling. Eddie van der Laan is gecertificeerd als Aandachtsfunctionaris Kindermishandeling door de Landelijke Vakgroep Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling. Wanneer er vanuit het behandelcontact zorgen zijn met betrekking tot uw kind of thuissituatie zal hij dit met u bespreken, om samen te kijken naar mogelijkheden tot verandering

De Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz)

De Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is bedoeld om de kwaliteit van de zorg te verbeteren en de positie van de cliënt te versterken en vervangt de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector. Hier vindt u informatie vanuit de rijksoverheid.

De Wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

De Wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) regelt de bescherming van persoonsgegevens. Per 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing. Dat betekent dat er vanaf die datum dezelfde privacywetgeving geldt in de hele Europese Unie (EU). De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt dan niet meer. De AVG is ook wel bekend onder de Engelse naam: General Data Protection Regulation (GDPR).

De AVG zorgt onder meer voor:
versterking en uitbreiding van privacyrechten;
meer verantwoordelijkheden voor organisaties;
stevige en gelijke bevoegdheden voor alle Europese privacytoezichthouders.

De Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz)

De Wabvpz is een verbijzondering van de rechten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze aanvullende bepaling verplicht zorgaanbieders vanaf 1 juli 2020 om cliënten elektronisch inzage te geven in hun eigen medische gegevens, alsook bij verzoek een digitaal afschrift daarvan te verstrekken.   

Het recht van de cliënt op elektronische inzage houdt niet per definitie in dat de inzage online (via internet) moet worden verleend. De wet stelt namelijk geen eisen aan de vorm waarin elektronische inzage wordt verleend. De zorgaanbieder kan de cliënt bijvoorbeeld ook op de praktijk uitnodigen om daar digitaal inzage te hebben in het dossier en de cliënt daarnaast een digitaal afschrift geven van het dossier. Dat kan onder meer door een pdf via de mail of een usb-stick aan de cliënt te verstrekken. Als een cliënt zelf online zijn gegevens kan inzien, bijvoorbeeld via een patiëntenportaal of een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO), kan hij daarvan zelf een digitale kopie maken.

Het inzagerecht is niet nieuw. Een cliënt heeft immers op grond van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) al recht op inzage in en een (papieren) kopie van zijn dossier. Bovendien kan hij ook op basis van de AVG aanspraak maken op verstrekking van een medisch dossier in een elektronische vorm, op voorwaarde dat het verzoek daartoe elektronisch is ingediend. De nieuwe regelgeving verplicht zorgverleners een cliënt op zijn verzoek de inzage en het afschrift altijd elektronisch te geven. De cliënt behoudt het recht om daarnaast een papieren kopie te ontvangen.

Het is overigens niet zo dat “oude” papieren dossiers naar aanleiding van de Wabvpz moeten worden gedigitaliseerd. Zorgverleners die nog niet digitaal werken, hoeven ook niet persé digitaal te gaan werken. Maar als je wel digitaal werkt, dan bestaat dus vanaf 1 juli 2020 het recht op een elektronische inzage.

De verplichting om elektronisch inzage te geven geldt volgens de Wabvpz voor zorgaanbieders in de zin van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dat zijn zowel instellingen als solistisch werkende zorgverleners die zorg verlenen als omschreven in de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw), danwel ‘andere zorg` verlenen. Die andere zorg wordt gedefinieerd als: “handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, niet zijnde Wlz-zorg of Zvw-zorg, alsmede handelingen met een ander doel dan het bevorderen of bewaken van de gezondheid van de patiënt”. De Wabvpz heeft dus een groot bereik. Groter dan de WGBO.

Hoewel de wet de verplichting om elektronische inzage te geven bij de zorgorganisatie (de werkgever of opdrachtgever van de zorgverlener) legt, is het in de praktijk de zorgverlener die het verzoek krijgt en die de inzage moet geven of ervoor moet zorgdragen dat die inzage wordt gegeven. Als de zorgverlener dat niet doet, dan kan hij daarvoor bijvoorbeeld tuchtrechtelijk worden aangesproken.

Het recht van een cliënt op inzage is niet onbeperkt. Volgens de WGBO heeft een cliënt geen recht op inzage in zijn medisch dossier voor zover dat in strijd komt met de persoonlijke levenssfeer van een ander. Hetzelfde geldt voor de AVG. In de AVG en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) staat een aantal uitzonderingen op het inzagerecht. Zo mag inzage worden geweigerd om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. In de praktijk mag hiermee slechts een deel van een medisch dossier worden achtergehouden. Niet het hele dossier.

Hebben ouders recht op (elektronisch) inzage in het dossier van hun kinderen?
Op grond van de Wabvpz hebben ouders (met ouderlijk gezag) recht op elektronische inzage in en een elektronische kopie van het medisch dossier van een cliënt die jonger is dan 12 jaar. Op dit recht is de beperking van de WGBO van toepassing: als de verstrekking van de inzage of een kopie in strijd is met het goed hulpverlenerschap, dan moet de zorgaanbieder dit achterwege laten.

Uit de Wabvpz en de WGBO volgt dat ouders van een cliënt van 12 tot 16 jaar recht op elektronische inzage in en een elektronische kopie van het medisch dossier van hun kind hebben als dat nodig is om toestemming te kunnen geven voor een verrichting (of een verwijzing hiervoor). In de praktijk wordt aan ouders alleen online inzage toegekend als hun kind daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. Het kind kan deze toestemming op ieder moment weer in trekken. De zorgaanbieder moet ook bij deze leeftijdscategorie bij online inzage gegevens afschermen voor de ouders als het goed hulpverlenerschap dit vereist.

Is het kind ouder dan 16 jaar, dan mag alleen met toestemming van de minderjarige informatie uit het dossier worden verstrekt. Het is aan het kind zelf om online inzage aan zijn ouders te geven. Als de minderjarige wilsonbekwaam is, dan oefenen de ouders (met gezag) de rechten van de minderjarige uit. Een en ander staat in de WGBO, de Wabvpz, de AVG en Uitvoeringswet AVG. Zij hebben dan dezelfde positie als de ouders van een minderjarige die jonger dan 12 jaar is.

Registratieverplichtingen

Binnen de gezondheidszorg wordt waarde gehecht aan (wettelijke) registraties bij kwaliteitsregisters of beroepsverenigingen als waarborg voor geboden kwaliteit. Hiervoor gelden de registraties in het BIG register voor zowel de Volwassenzorg als Jeugdzorg, registraties bij het NIP en NVO en  binnen de Jeugdzorg de registratie bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) voor professionals werkzaam op HBO niveau of hoger.

Binnen praktijk de Helper voldoen de medewerkers aan de registratie verplichting waarbij de regiebehandelaren binnen de volwassenzorg en jeugdzorg BIG geregistreerd zijn. Psychologen in opleiding tot GZ psycholoog zijn geen regiebehandelaar maar bekleden vanwege hun opleiding een speciale positie. De medewerkers in de Jeugdzorg zijn SKJ geregistreerd waar dit de norm is. Uitzondering hierop is de Vaktherapeut (PMT) wanneer deze geregistreerd staat in het register Vaktherapie.

Specifieke regels die gelden zijn:

Identificatieplicht: kopie of scan van uw identiteitsbewijs is verboden.

Als zorgaanbieder zijn we verplicht uw identiteitsbewijs te controleren, om te zien of die gegevens overeenkomen met het burgerservicenummer (BSN). Wanneer uw kind nog geen identiteitsbewijs heeft, zult u deze moeten aanvragen. Wij moeten kunnen aantonen dat we aan de identificatieplicht hebben voldaan. Daarom noteren we de soort en het nummer van uw identiteitsbewijs in onze administratie. Een kopie of scan maken mag niet.


Regeling publicatie wachttijden:

Zorgaanbieders binnen de ambulante GGZ zijn verplicht hun wachttijden op hun website te plaatsen. Wat moet de zorgaanbieder op zijn website over de wachttijden vermelden:

- Aanmeldingswachttijd: dit is de wachttijd van het moment dat de cliënt contact opneemt  in dat de zorgaanbieder deze berekent aan de hand van het afsprakenregister uitgaan de van de derde afspraakmogelijkheid voor een realistisch beeld.

- Behandelingswachttijd: dit is de wachttijd vanaf het moment van intake tot aan de start van de behandeling. Dit is voor alle behandelingen van de zorgaanbieder een gemiddelde van de afgelopen twee maanden. De behandelingswachttijd wordt alleen vermeld als hier sprake van is.

De Beroepscode

De Beroepscode voor Psychotherapeuten

De beroepscode is een onmisbare leidraad voor het beroepsmatig handelen van iedere psychotherapeut. Het is daarbij een informatiebron over wat je van de psychotherapeut mag verwachten in zijn professioneel handelen. Ook wordt er op de beroepscode getoetst wanneer er sprake is van een klacht.

De Beroepscode voor Psychologen.

Deze beroepscode is een leidraad voor het beroepsmatig handelen van de individuele psycholoog. Verder is het een informatiebron over wat van de psycholoog in het algemeen kan worden verwacht en verlangd, voor al degenen die te maken hebben met het professioneel handelen van de psycholoog. Ten slotte dient de beroepscode als maatstaf waaraan het handelen van de psycholoog wordt getoetst naar aanleiding van een ingediende klacht.

Contact met de Helper

Kolthofsingel 52
7602 EP Almelo
0546 825 933

contact@dehelper.nl

Klik hier voor onze overige contactgegevens.