Psychologenpraktijk

Verwijzen

Wilt u naar ons verwijzen dan kan dit wanneer u een erkende verwijzer bent. Bent u huisarts, medisch specialist, bedrijfsarts, jeugdarts of jeugdconsulent van de gemeente dan kunt u naar ons verwijzen.

Als verwijzer kunt u verwijzen met Zorgdomein, een fax bericht, een Edifact bericht via Zorgmail of schriftelijk via de post. Met de FEA is een format voor verwijzing overeengekomen. Na uw verwijzing zullen wij uw patiënt bellen om de verwijzing te overleggen. Vervolgens leggen we uit hoe ze zichzelf kunnen inschrijven via onze website. Pas nadat de cliënt zichzelf bij ons heeft ingeschreven is de aanmelding een feit.

Verwijzing is aan de orde bij:

Generalistische Basis GGZ (volwassenzorg)

  • het vermoeden van een DSM-benoemde stoornis.
  • de ernst en het risico wordt als matig beoordeeld.
  • de complexiteit is laag (comorbiditeit interfereert niet met de behandeling van hoofddiagnose).

De duur van de symptomen beantwoordt aan de criteria uit de DSM richtlijn voor het betreffende ziektebeeld of er is sprake van recidive.

Gespecialiseerde GGZ (volwassenzorg)

  • een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis. De ‘score’ op andere criteria is in die gevallen niet doorslaggevend.

Jeugdzorg/Jeugd GGZ

  • Kinderen en jeugd tot 18 jaar kunnen verwezen worden met psychische problemen, gedragsproblemen, communicatieproblemen, ontwikkelingsstoornissen en opvoedingsproblemen, zonder dat hiervoor sprake hoeft te zijn van een DSM benoemde stoornis.

Verwijzen voor consult:

U kunt verwijzen voor een consultvraag bij:

  • diagnostische vragen;
  • vragen over comorbiditeit;
  • adviesbehoefte over terugvalpreventie of vervolgtraject;
  • adviesbehoefte over omgang met de patiënt;
  • adviesbehoefte over de aanpak bij (stagnatie van) de behandeling in de huisartsenpraktijk.

Bij een consultvraag zullen we uw patiënt niet inschrijven in ons EPD, slaan we geen gegevens op en krijgt u een directe terugkoppeling met het antwoord op uw vraag. Het consult kan zowel bij u als bij ons op locatie plaatsvinden.
Het consult wordt bij u als consultvrager in rekening gebracht en niet bij uw patiënt.

Criteria verwijsbrief

Een verwijsbrief is geldig wanneer:

  • Er een datum op de verwijsbrief staat;
  • De verwijsbrief is voorafgaand aan de behandeling afgegeven;
  • De verwijsbrief bevat de volledige NAW- gegevens van de verwijzend arts, inclusief de AGB-code van de verwijzer;
  • De verwijsbrief bevat de (elektronische) handtekening van de verwijzend arts;
  • De verwijsbrief bevat de volledige NAW-gegevens van de verzekerde;
  • Uit de verwijzing blijkt dat er sprake is van een vermoeden op een DSM5 stoornis;
  • De verwijzing bevat bij voorkeur een gerichte verwijzing naar Gespecialiseerde GGZ dan wel Generalistische Basis GGZ.

Criteria verwijzing

Bij een verwijzing van een volwassene doet de verwijzer een uitspraak over de volgende criteria:

  • vermoeden DSM-benoemde stoornis;
  • ernst problematiek;
  • risico;
  • complexiteit;
  • beloop klachten.

Hieronder wordt per criterium aangegeven wat de relevante ‘waarden’ van het criterium zijn. De criteria vormen de aanzet voor een checklist voor de huisarts om te bepalen in welk echelon de hulpvraag van de cliënt kan worden opgepakt. De essentiële meerwaarde van deze checklist is, dat elke huisarts (al of niet ondersteund door POH-GGZ) al deze criteria beoordeelt, zodat kan worden bepaald welk echelon naar verwachting het best passend is voor de cliënt.

Vermoeden DSM-benoemde stoornis
  • Er is een vermoeden van een DSM-benoemde stoornis.
  • Er is geen vermoeden van een DSM-benoemde stoornis, er is enkel sprake van klachten.
Ernst problematiek
  • Subklinisch: er is wel sprake van klachten maar dit is onvoldoende om een diagnose te stellen. Ondanks het ontbreken van een diagnose kunnen de impact van de klachten op het dagelijks functioneren en de duur van de klachten reden zijn om gepaste hulp te bieden.
  • Licht: er is sprake van relatief weinig kernsymptomen maar dit is wel voldoende om een diagnose te stellen. De impact van de klachten op het dagelijks functioneren is beperkt. De cliënt ervaart een zekere belemmering in het dagelijks functioneren.
  • Matig: de kernsymptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig en daarnaast is er sprake van een aantal aanvullende symptomen. Er is sprake van waarneembare beperkingen in het dagelijks functioneren.
  • Ernstig: de meeste symptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig. Er is sprake van uitval en/of substantiële beperkingen in het dagelijks functioneren (bijvoorbeeld niet kunnen werken).

Om de ernst van de problematiek te kunnen bepalen zou een GAF score gebruikt kunnen worden. Experts geven aan te twijfelen aan de bruikbaarheid van de GAF als meetinstrument. Indien GAF wordt gebruikt, dan correspondeert ‘licht’ met een score 61-70, ‘matig’ met een score 51-60 en ‘ernstig’ met een score 1-50.

Risico

In dit criterium zijn ook de contextuele factoren en het vermogen tot zelfmanagement opgenomen.

  • Laag: er zijn ondanks de aanwezigheid van klachten/symptomen geen aanwijzingen die duiden op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie.
  • Matig: er zijn duidelijke klachten/symptomen of er is sprake van een latent gevaarsrisico, maar er staan beschermende factoren tegenover zoals: adequate coping, werk of structurele daginvulling en een steunsysteem waarop men dagelijks kan terugvallen voor toezicht, zorg, praktische en emotionele steun.
  • Hoog: er zijn duidelijke aanwijzingen (ook intuïtief) die kunnen duiden op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie.
Complexiteit
  • Afwezig: er is sprake van een enkelvoudig beeld.
  • Laag: er is weliswaar sprake van comorbiditeit of problematiek op As 2 (persoonlijkheid, zwakzinnigheid), As 3 (somatische factoren) of As 4 (psychosociale en omgevingsproblemen), maar deze interfereert niet met de behandeling van de hoofddiagnose.
  • Hoog: er is sprake van ingewikkelde comorbiditeit of problematiek op As 2, 3 of 4 die om multidisciplinaire behandeling in een gespecialiseerde setting vraagt.
Beloop klachten
  • De duur van de symptomen beantwoordt (nog) niet aan de criteria uit de DSM richtlijn voor het betreffende ziektebeeld.
  • Er is sprake van aanhoudende/persisterende klachten. Eerdere interventies hebben onvoldoende effect bewerkstelligd.
  • De duur van de symptomen beantwoordt aan de criteria uit de DSM richtlijn voor het betreffende ziektebeeld.
  • Er is sprake van recidive.
  • Er is sprake van stabiele chronische problematiek, niet crisisgevoelig.
  • Er is sprake van stabiele chronische problematiek, crisisgevoelig.
  • Er is sprake van instabiele chronische problematiek.

Bron: PJ/13/0160/baggz 30 januari 2012 © bureau HHM

Er kan niet verwezen worden indien:

  • Er (bij volwassenen) geen vermoeden is van een DSM-benoemde stoornis; of
  • Er is een vermoeden van een DSM-benoemde stoornis, maar daarbij is de ernst licht of subklinisch, het risico laag, de complexiteit afwezig en de duur (beloop) van de symptomen beantwoordt (nog) niet aan de criteria uit de richtlijn voor het betreffende ziektebeeld; of
  • Er is sprake van stabiele chronische problematiek, niet crisisgevoelig en met een laag risico; of
  • Er sprake is van werk en relatieproblematiek, aanpassingsstoornissen, of psychologische hulp in verband met een somatische aandoening.
  • er sprake is van ernstige verslavingsproblematiek, anorexia nervosa, boulimie of bipolaire stoornis;
  • er sprake is van ernstige persoonlijkheidsstoornissen, psychiatrische stoornissen in engere zin en andere problemen waarbij psychotherapie ontoereikend is vanwege de aard van de stoornis;
  • er naast psychotherapie ook acute crisisinterventie nodig kan zijn.

Contact met de Helper

Kolthofsingel 52
7602 EP Almelo
0546 825 933

contact@dehelper.nl

Klik hier voor onze overige contactgegevens.

Veelgestelde vragen

Heb ik een verwijsbrief nodig?

U hebt een verwijsbrief nodig van uw huisarts of (bij kinderen en jongeren) van de kinderarts, jeugdarts of een gemachtigde medewerker van de gemeente waar u woont.

Is er een wachtlijst?

Wanneer we u niet direct een afspraak kunnen bieden, hanteren wij een wachtlijst. Daarbij maken onderscheid tussen minderjarigen en volwassenen. Lees verder…

Hoe kan ik mij aanmelden?

U kunt zich via de website aanmelden na telefonisch overleg via telefoonnummer 0546-825933. Tijdens het telefonisch contact overleggen we uw reden van aanmelding en of ik u kan bieden wat u zoekt. Lees verder…

Vergoedt mijn verzekering de behandeling?

Uw behandeling wordt vergoed vanuit de basisverzekering, al is het mogelijk dat de kosten van uw behandeling door uw zorgverzekeraar verrekend worden met uw eigen risico. Lees verder...

Wordt testonderzoek vergoed?

Testonderzoek wordt niet vergoed, tenzij het deel uit maakt van het diagnostisch traject voor het vaststellen van een diagnose ten behoeve van inzet van behandeling. Lees meer…

Ons kind is ook uitgenodigd voor het eerste gesprek, waarom is dat?

De Helper werkt graag zoveel mogelijk samen met ouders en kinderen. Thuis moeten ouders en kinderen er immers ook samen het beste van maken. Bovendien is het voor de behandelaren heel prettig en informatief om ouders en kinderen samen te zien en op die manier een indruk te krijgen van uw gezin.

Is het mogelijk om zonder ons kind naar het eerste gesprek te komen?

Ja, wanneer u liever zonder uw kind(eren) naar het eerste gesprek komt, dan heeft u daar ongetwijfeld een goede reden voor. U kunt dit bij het maken van de afspraak kenbaar maken.

Mijn ex-partner en ik zijn gescheiden. Toch moeten we samen naar het eerste gesprek komen. Waarom mogen we niet elk apart komen?

Kinderen hebben twee ouders. Zij hebben beiden invloed op de ontwikkeling van hun kind. We willen gescheiden ouders met ouderlijk gezag daarom graag tegelijkertijd spreken zodat we gezamenlijk tot een behandelplan kunnen komen. We realiseren ons dat zo'n gesprek voor ouders niet altijd gemakkelijk is, maar vinden het in het belang van kinderen om hun vader en moeder samen te spreken. Tijdens de intake spreken we af hoe beide ouders betrokken zullen worden bij de behandeling. Deze openheid garandeert dat ouders dezelfde informatie hebben en er geen onduidelijkheden ontstaan. Kinderen hebben meer baat bij de behandeling wanneer beide ouders zo goed mogelijk op één lijn zitten en achter de behandeldoelen staan. Voor het behalen van de behandeldoelen kan het nodig zijn dat de ouders samen op gesprek komen. Hiervoor zullen in goed overleg afspraken worden gemaakt met alle betrokkenen .

Ik weiger om met mijn ex-partner samen een gesprek te komen voeren ook al heeft hij of zij wel toestemming gegeven voor de behandeling. Mijn kind heeft echter wel dringend hulp nodig. Wat moet ik nu doen?

Kinderen profiteren veel meer van een behandeling als hun ouders in staat zijn om met elkaar over hun kind(eren) te communiceren. Wanneer de Helper bij de aanmelding inschat dat de situatie voor het kind zorgelijk is en het lukt ouders niet om samen naar het eerste gesprek te komen, kunnen we niet starten met de behandeling. U kunt gebruik maken van een mediator om eerst de onderlinge problemen op te lossen. Een enkele keer maken we een uitzondering op het beleid wanneer we aanvullende informatie hebben die erop wijst dat het schadelijk zou zijn voor het kind om geen behandeling te starten. Dit kan informatie zijn van de (huis/jeugd)arts, Veilig Thuis of de kinderrechter.

Ik wil graag mijn kind aanmelden bij de Helper maar mijn ex-partner wil daarvoor geen toestemming geven. Wat kan ik nu het beste doen?

Wanneer uw ex-partner het ouderlijk gezag over jullie kind(eren) heeft, is zijn/haar toestemming nodig om jullie kind(eren) te behandelen. Wij kunnen de aanmelding dus niet verwerken zonder de beide handtekeningen van de gezagdragende ouders. Dit is bepaald in de WGBo (de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst). Wanneer u zich ernstig zorgen maakt over uw kind, is het mogelijk om een advocaat in te schakelen die u kan helpen om via de rechter toestemming voor behandeling te krijgen. Hiermee wordt het gezag van uw ex-partner niet aangetast.

Als ik via de rechter toestemming voor een behandeling wil krijgen, wat moet ik dan doen?

U kunt hiervoor naar een advocaat gaan. Hij of zij stuurt meestal eerst een brief naar uw ex-partner met de vraag toestemming te geven. Als hij/zij deze toestemming niet geeft, kunt u de vraag voorleggen aan de rechter in een kort geding. Uw advocaat begeleidt u hierbij. De rechter zal beoordelen of  behandeling wenselijk is en kan dan vervangende toestemming voor de behandeling geven. Deze procedure neemt hooguit enkele weken in beslag.

Hoe weet ik of mijn ex-partner ouderlijk gezag heeft?

Wanneer u voorheen getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had, heeft uw ex-partner het ouderlijk gezag over uw kind(eren). Tenzij de rechter heeft bepaald dat hem of haar het ouderlijk gezag moest worden ontnomen. Een uitspraak hierover moet terug te vinden zijn in het echtscheidingsconvenant of in het gezagsregister. Een uittreksel daaruit kunt u opvragen bij de rechtbank in de gemeente waarin uw kind geboren is.

Mijn ex-partner en ik waren niet getrouwd en hadden geen geregistreerd partnerschap, heeft hij/zij dan wel ouderlijk gezag?

Als moeder krijgt u automatisch het ouderlijk gezag, als vader niet. Als u op het moment van de geboorte van uw kind niet getrouwd was, heeft de vader van het kind niet automatisch het ouderlijk gezag. Hij moet ten eerste het kind erkennen. Dit kan in het gemeentehuis van de plaats waar het kind geboren is. Daarna moet hij bij de rechtbank ouderlijk gezag aanvragen. Wanneer hij dit niet heeft gedaan, heeft hij geen ouderlijk gezag.